Een jaar ochtendwandelingen

ninamaakt gekleurde bomen ochtendwandeling

Gek eigenlijk. Het is alweer een jaar geleden dat ik besloot om mijn doordeweekse dagen te beginnen met een wandelingetje. Toen ik dat besluit nam, dacht ik dat ik het ongeveer een maand vol zou houden, hooguit. Het leek me gewoon iets fijns voor november. Maar toen november voorbij was had ik er zeker nog geen genoeg van. In december bleek het ook heel fijn te zijn, en op nieuwjaarsdag eigenlijk ook.

En zo volgden de maanden elkaar op. Na elke maand dacht ik eventjes, ‘wauw, ik doe dit nu al x maanden!’ en dan genoot ik daar eventjes van, zonder verwachtingen te hebben over de toekomst.

In die eerste maand genoot ik van de bomen die verkleurden, de blaadjes die als confetti op de grond gevallen waren. Van mijn nieuwe regenlaarsjes en expres door de modder en de plassen lopen.

In de wintermaanden genoot ik van de kou op mijn gezicht, de warme koffie in mijn handen (met of zonder wanten), de ontelbare roodborstjes, reigers, koolmeesjes, spechten, twee dagen achter elkaar een ijsvogel zien, de silhouetten van de kale bomen en hoe het kanaal soms wel, soms niet en soms deels bevroren was. Ik genoot van de matte, doffe grijstinten die het landschap kon hebben, als een lichte waas die overal overheen hing. En van de allerfelste kleuren wanneer de zon scheen en de ochtendmist vertrokken was. Ik genoot van mijn extra dikke sokken in de inmiddels niet meer zo nieuwe regenlaarsjes en heel soms genoot ik zelfs van het geknisper van sneeuw bij elke stap.

Ik keek mijn ogen uit toen sommige takken knoppen kregen, die heel langzaam veranderden in gekke sprietjes die later bladeren werden. Ik hield bij welke struiken en bomen de lente als eerste omarmden en welke het op hun gemak deden en moedigde ze allemaal even hard aan. Ik genoot van hoe ik het lente zag worden terwijl het eigenlijk nog lang geen lente was. Ik leerde welke hond bij welk baasje hoorde en maakte heel af en toe een ongemakkelijk praatje. Ik genoot van het uitzicht vanaf het bruggetje en van hoe het water stroomde of kabbelde of stil stond.

Toen alle bomen groen waren genoot ik van de schapen die weer naar buiten mochten en van het zonderjasweer dat het soms zomaar was. Ik genoot van het paadje zonder regenplassen en van mijn gewone schoenen toen mijn laarsjes het hadden begeven. Ik genoot van af en toe stil staan met mijn ogen gesloten om goed te kunnen luisteren naar alle geluiden. Ik kneep mijn ogen soms net niet helemaal dicht zodat ik de wereld kon bekijken als een schilderij. En elke ochtend staarde ik vanaf het bruggetje naar de reflecties in het water. Afhankelijk van de wind en de stroming besloot ik of het impressionisme of pointillisme was, of met kroontjespen, stift of digitaal getekend.

Tijdens al die wandelingen piekerde ik soms, maar waaide de wind mijn gedachten meestal ook weer weg. Soms neuriede ik liedjes om rustig te worden en soms neuriede ik liedjes om te voorkomen dat mijn hart uit elkaar zou barsten van geluk en dankbaarheid. Soms werden mijn gedachten overstemd door de wind en hoe die ervoor zorgde dat het riet langs het water ‘ssssh’ fluisterde. Soms werden ze overstemd door regendruppels op mijn gezicht of het geblaf van een hond. Ik dacht na over liefde en verwondering en zekerheid en zorgen en hoop en inspiratie en openheid en creativiteit en ritme en genade en verandering en schoonheid en leven en ik zag al die dingen om me heen gebeuren.

Toen de dagen warmer werden genoot ik van mijn korte broek, ook al moest daar soms nog een trui of zelfs een sjaal bij. Ik genoot van gekke luchten als het weer zelf ook niet zo goed wist wat het worden zou die dag, en ik maakte me zorgen toen de regen niet meer terug leek te komen. In die zomermaanden genoot ik van af en toe een extra lang rondje, omdat mijn werk even wat rustiger was. Dan genoot ik van het zandpad dat me het gevoel gaf dat ik over het strand liep of van de extra veel mooie bomen of – als ik de allerlangste versie deed – van het veulentje, de ezel en het kuikentje.

Toen de zomer over zijn hoogtepunt heen was en ik in Groningen ging werken, werden mijn ochtendwandelingen zomaar ineens heel vroeg. Ineens waren er nieuwe honden met nieuwe baasjes en ik genoot nog meer van mijn koffie dan voorheen (want nu wandelde ik voor het ontbijt in plaats van erna). De dagen werden weer korter en opeens waren daar de dagen met een opkomende zon en een al dan niet roze lucht. Ik genoot van alle mooie plaatjes die dat opleverde (in mijn hoofd dan wel, want mijn telefoon was thuis) en af en toe een ‘mooi hè’ van een voorbijganger. Ik genoot van hoe de regen toch weer teruggekomen was of van hoe de zon alles en iedereen goud toverde.

Ik maakte me even zorgen toen mijn wandelingen steeds vaker in de schemering of zelfs het donker begonnen, maar genoot driedubbel zo hard toen na de dagen aftellen de wintertijd kwam en het rozeluchtenfeest opnieuw aanbrak.

En ik genoot van dat het zomaar weer november werd zonder dat er een herfstdip was geweest, omdat ik de seizoenen nu veel meer in elkaar had zien overvloeien, in plaats van dat ze als een onaangekondigde verrassing voor mijn deur stonden. Zoals dat het nu nog helemaal geen winter is, maar ik toch alvast mocht genieten van de allereerste wandeling in mijn nieuwe winterjas en van hoe warm en fijn dat was.

En hoewel mijn gedachten tijdens de wandelingen al heel vaak afdwaalden naar een blogpost, gedicht, verslag of verhaal over dit alles, leken de woorden in mijn hoofd altijd tekort te schieten. Maar nu is het een jaar. Een jaar van ochtendwandelingen, gewoon als een idee dat ik losjes in mijn hand houd en los kan laten zodra dat nodig of goed of fijn is, maar waar ik tegelijkertijd zo aan gehecht ben geraakt dat ik er elke ochtend mijn wekker een beetje eerder voor zet.

Dus hier zijn ze dan toch, die paar bescheiden woorden. Omdat die alledaagse ochtendwandelingen me keer op keer stil laten staan bij de grootsheid van het alles.

11 reacties

  1. Dat klinkt heerlijk! Ik heb zelfs een leuke hond, maar toch lukt het mij niet om elke ochtend vroeg op te staan en te genieten van de wandeling. (en ik wissel de ochtenden ook af met mijn vriend trouwens, waardoor ik soms in de middag wandel). Hoe laat sta je op? Vooral toen het ‘s ochtends zo donker was had ik zo’n moeite met vroeg opstaan.. bleh :D Dat je dan juist de zon ziet opkomen tijdens die wandelingen moet ik eens onthouden..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »